I N H E T K O R T

Op 7 maart is Hendrik Hadders samen met 28 andere gevangenen vanuit Assen naar Apeldoorn gebracht. Zogenaamd om ergens te gaan werken maar ze werden op 8 maart, de verjaardag van zijn moeder, bij de Woeste Hoeve gefusilleerd. Dit vanwege een mislukte aanslag op een hoge Duitse officier, Rauter. Hendrik is in eerste instantie in een massagraf op de begraafplaats Heideheem gelegd. Op 9 mei is hij opgegraven en ondermeer doordat hij een zondagschool-bijbeltje bij zich had, geïdentificeerd. Hij is op zaterdag 11 mei onder grote belangstelling begraven in Emmen. Bij de familie kwamen vele brieven met betuiging van medeleven binnen. Ieder jaar op 8 maart wordt Hendrik samen met de andere gefusilleerde mannen bij de Woeste Hoeve herdacht door de familie.
Als het mogelijk is zijn de 2 naar hem vernoemde neven daarbij aanwezig.  

HENDRIK HADDERS 1915 - 1945

Hendrik is geboren op 5 april 1915 als tweede kind en oudste zoon van Jan Hadders en Anna Helena Wiggers. De oudste zus Aaltje was op 7 mei 1913 geboren. Na Hendrik kwamen nog Willem (28 februari 1917), Geertje (4 januari 1919), Jantje (4 augustus 1920) en Jan (6 oktober 1924). Hendrik ging zoals alle Hervormde jongeren in Noordbarge naar de lagere school. Natuurlijk ging hij daar ook naar de Zondagschool waar hij op 26 december 1927 een bijbeltje ontving van het hoofd der school, meester M.G. ter Mors. Dit bijbeltje heeft later ertoe bijgedragen dat hij snel geïdentificeerd kon worden. Tot zijn 12de woonde hij in de “oude” boerderij die aan de noordkant van de huidige boerderij stond. De grote hond “Hektor” was een grote vriend van hem. Na de lagere school ging hij naar de Landbouwwinterschool. Het was duidelijk dat hij boer wilde worden. Dat was zijn passie. Geen wonder dat hij goede cijfers haalde. Op het laatste rapport in het jaar 1932/1933 had hij 1 x een zes, 1 x een 7 en verder allemaal achten en negens. In die periode begon hij samen met Willem en de meisjes op de boerderij te werken, ieder naar kunnen. Aanvankelijk ging dat om kost en inwoning. Eind jaren 30 werd er een vergoeding betaald. Op 21 mei 1935 kreeg Hendrik nog een overjas van fl. 24,50. In de boekhouding is daar later wel rekening mee gehouden. Getuige de foto’s gingen de jongens vooral om met de paarden en verzorgde de oogst terwijl de dames voor het vee zorgen en de koeien molken. Op de foto’s hiernaast is Hendrik bezig met rogge zaaien en het binnenhalen van hooi. Verder zien we Hendrik nog met de even oudere buurjongen Mans Schutrops in Emmen lopen. Er is nog een andere foto van Hendrik samen met Albert Katoen op de Emmense markt. Muziek werd enigszins gestimuleerd in Huize Hadders getuige de diverse uitgaven voor lessen. Hendrik speelde in het muziekkorps van Laus Deo op een alt-hoorn of “koffiepotje”. Op de foto is hij 23 jaar oud. Werken op de boerderij maar ook met zijn vader op de fiets erop uit. Zoals ritjes naar Groningen en Harderwijk. Ook de familiebanden werden gekoesterd. Met de Hadders neven en nichten, vooral de kinderen van oom Roelof Hadders, maar met de familie Iemhoff uit Radewijk. Zus Aaltje kreeg er verkering en is later verloofd met Gerard Iemhoff. Kort na de oorlog zijn ze getrouwd. Hendrik is daar op bezoek geweest met Willem en Geertje, de neven Hendrik Rzn en Harmannes (Mans) en Aaltje Rd waar ze in verschillende samenstellingen met de familie Iemhoff op de foto gingen. Het zal ook in deze periode geweest zijn dat Hendrik verkering kreeg met Henny Gruppen waarmee hij ook nog verloofd was. Hendrik hoefde niet onder de wapens omdat de dienstplicht vervuld werd door broer Willem. Daarom werd hij ook voor de mobilisatie vlak voor de oorlog niet opgeroepen. Wat hij wel deed was zich beschikbaar stellen als “oorlogsdonor”. Er wordt in die periode in Nederland campagne gevoerd om bloed te leveren. Hendrik heeft op 23 januari 1940 in Emmen 500 cc bloed van de groep “O” afgegeven. Op 24 juli 1941 heeft Hendrik zijn persoonsbewijs ontvangen. In 1943 en 1944 wordt hij vrijgesteld van “Arbeitseinsatz” met een “Ausweis” dat aangeeft dat hij in de “Landwirtschaft” doende was. Volgens Willem was Hendrik een integere, introverte man. Iemand die diep over (godsdienstige) zaken nadacht. Hij zou zeker boer zijn geworden, een goede boer. Zijn overlijden heeft diepe sporen getrokken in het gezin Hadders. Voor alle gezinsleden, ieder op eigen wijze tot het eind van hun leven.

HET DRAMA BIJ DE WOESTE HOEVE

Hendrik Hadders verbleef vanaf midden januari 1945 na de arrestatie in Zuidbarge in een cel op de bovenverdieping van de gevangenis in Assen. Hij heeft daar geen contact meer gehad met broer Willem die op de benedenverdieping was vastgezet. Ze hadden geen idee van elkaars toestand.

Op 6 maart werd door het verzet op de Veluwe een aanslag gepleegd op Rauter, een hoge SS en Politie functionaris. Deze aanslag was niet beraamd, men wilde een vrachtwagen van de Duitsers in beslag nemen voor andere doeleinden maar de auto van Rauter verscheen net eerder. Bij deze aanslag werd Rauter zwaar gewond en de chauffeur en een andere passagier waren dood. Het is niet duidelijk wie de opdracht voor de wraakactie heeft gegeven maar SS-Brigadeführer kan hiervoor verantwoordelijk worden gesteld.

Rauter delegeerde de opdracht 300 zogenaamde Todeskandidaten te vinden in verschillende gevangenissen. Een Todeskandiaat was een meestal politieke gevangene die om het minst of geringste de doodstraf hadden gekregen. De uitvoering bleef vaak wachten op dit soort wraakacties. Dat de selectie van namen niet willekeurig was blijkt ook uit de aan Willem bekende personen, deze zijn duidelijk zwaarder of duidelijker actief geweest. Bv. Hendrik, die had bekend en Frieling die initiatief nemer was en De Lange, de koster van de Kapel, allen betrokken bij de wapensmokkel. In totaal zijn uiteindelijk uit diverse gevangenissen 263 mensen gevonden en op verschillende plaatsen dood geschoten. Het grootste aantal, 117 mannen, werd op de Woeste Hoeve doodgeschoten.

De lichamen werden in eerste
instantie langs het fietspad gelegd en voorbijkomende fietsers werden gedwongen te naar deze “terroristen”. Na de middag werd opdracht gegeven de lijken weg te halen en op de Begraafplaats Heidehof te Uchelen (5 km van Apeldoorn) te brengen waar een massagraf gegraven was.  Er werd toen door de Duitsers geen mogelijkheid gegeven tot identificatie maar de lijken werden zorgvuldig in de volgorde gelegd waarin ze langs de weg lagen. Hierdoor wist men ongeveer uit welke gevangenis ze afkomstig waren.

NA DE OORLOG

Op 25 april 1945, een week nadat Apeldoorn bevrijd was, werd begonnen met het opgraven en het identificeren van de lichamen. Bijzondere kenmerken, kledingstukken en voorwerpen die men bij zich droeg, werden zorgvuldig bewaard. Elke persoon kreeg een volgnummer en werd ingeschreven in een register. Aangezien men eerder tot nummer 168 was gekomen kreeg de eerste opgegravene nummer 169. Hendrik Hadders kreeg nummer 1015.  Met dit nummer heeft Hendrik tot de op één na laatste groep behoord die gefusilleerd is. Hij kon vanwege het bijbeltje dat hij in zijn zak had, vrij snel geidentificeerd worden. Het opgraven en identificeren heeft totaal enkele weken in beslag genomen, tot ongeveer 30 mei. Als er nog geen vervoer mogelijk was of de identificatie nog niet afgerond werd het lichaam herbegraven in een graf voorzien van een simpel houten kruis met het nummer. Het graf van Hendrik lag in het laatste blok langs het zg “Woeste Hoevelaantje”. Hendrik heeft daar van 27 april tot 9 mei 1945 gelegen.

Na de bevrijding, Emmen werd al op 10 april bevrijd, was het gespannen afwachten bij het gezin Hadders wat er met Hendrik en Willem was gebeurd. Een condoleance betuiging van A. Visser te Westenesch, geschreven op 9 Mei 1945 begint met: “Wat een ontstellend bericht hebt U gisteren ontvangen! …”.  Het moet dus dinsdag 8 mei geweest zijn toen dominee Schillenberg het bericht kwam vertellen. Dit gebeurde nadat de dominee de kinderen onder andere uit een meisjesvereniging bijeenkomst had gehaald. Toen moest hij de boodschap brengen maar toen het erop aankwam schoot zijn gemoed vol. Uiteindelijk moest toch verteld worden wat er met Hendrik gebeurd was. Om een bevestiging te krijgen gingen de volgende dag, 9 mei de chauffeur van de Emmense commissaris van politie, Van der Pauw *), Hendrik Huizing en Harm Salomons een zwager van Willem, op de motor van Van der Pauw naar de Uchelse begraafplaats. Ze kwamen terug met een duidelijke bevestiging, een kledingsstuk bedekt met bloed van Hendrik en zijn zakbijbeltje dat hij gekregen had toen hij de Zondagschool (“namens het bestuur: M.G. ter Mors, 26 Dec. 1928”) verliet. Een acte van de Burgelijke Stand van de Gemeente Apeldoorn, opgemaakt op 9 mei 1945 verklaart dat “Op den achtsten Maart de jaars negentienhonderd vijf en veertig is te Apeldoorn overleden: H a d d e r s, HENDRIK, oud negen en twintig jaren, ongehuwde zoon van Hadders, Jan en Wiggers, Anna Helena.”

De overlijdensadvertentie luidt:
“-Na weken van angstige spanning gewerd ons thans de
droeve zekerheid, dat onze lieve Zoon, Broeder en Verloofde Hendrik Hadders, geboren 5 April 1915, den 8 Maart j.l. te Apeldoorn door Duitsche terreur het leven liet. Hij is gevallen in den strijd voor vrijheid, waarheid en recht.
Hetzij dat wij leven, hetzij dat wij sterven, wij zijn des Heeren. Namens de diepbedroefde Familie: J. Hadders Wzn e A.H. Hadders-Wiggers. Rouwdienst in de Ned. Herv. Kapel op Zaterdag 12 mei, ’s nam. 1.30 uur. Begrafenis om 2 uur vanaf
de Kapel. Verzoeke geen bloemen. Zuid-Barge, 9 Mei 1945.”

Hendrik is begraven naast zijn ouders.

Naar aanleiding van de gebeurtenissen bij de Woeste Hoeve schreef de schrijver Anne de Vries, bekend van onder meer het boek “Bartje” en “Reis door de nacht”, een indringend stuk in het dagblad Trouw van 11 mei 1945. Het was een speciale uitgave voor Drenthe. Het verhaal heet “Het massagraf bij Apeldoorn” en gaat over het graf op het Heidehof en de opgravingen direct na de bevrijding. Naast het artikel staan een aantal overlijdensadvertenties van andere gefusilleerden. Het is een artikel vol emoties en harde woorden geeft het goed weer hoe de mensen er toen over dachten.
Dit artikel is als krantenknipsel en als een kopie van de hele pagina bewaard gebleven tussen de oorlogspapieren. Waarschijnlijk staat hier wat de mensen graag gezegd zouden hebben.

D E R O U W D I E N S T

Onderstaand de tekst van de rouwdienst van Hendrik Hadders op zaterdag 12 mei 1945.
Klik op de linker afbeelding en scroll naar rechts voor de volgende pagina.

“Uit dwingelandij en willekeur weggevoerd, heeft de voor geen enkel onrecht terugdeinzende vijand Uw zoon Hendrik, die U zo dierbaar was, van het leven beroofd dd. 8 Maart 1945.

Ik kom U bij dit verlies Mijn hartelijke deelneming betuigen. Onze vrijheid is ook door zijn offer verkregen.

Getekend: WILHELMINA

Op 7 juli 1953 besluit de gemeente Emmen Hendrik te moeten eren en zijn naam voor het nagelacht te bewaren door een van de straten in het Emmermeer naar hem te vernoemen.

Bij de Woeste Hoeve is op 4 mei 1992 dit prachtige monument onthuld. Op de glasplaat van het monument zijn alle namen van de slachtoffers geëtst zodat de herinnering blijft voortleven. Op de begraafplaats Heidehof zijn de oorspronkelijke graven ook nog in ere gehouden.

Vanaf 1945 stond hier een tijdelijk monument. De oprichting van de Stichting Monument Woeste Hoeve heeft voor het nieuwe monument gezorgd en organiseert ook ieder jaar op 8 maart een herdenkingsbijeenkomst.